Interview met Rembert van Noort van ZLTO over mestverwaarding

"Mestfabrieken stinken, zijn een gevaar voor de volksgezondheid en zorgen voor veel overlast. Het sentiment onder burgers en ook politici rondom mestverwerkings- en mestbewerkingsinstallaties is niet bepaald positief." Zo begint het artikel over mestverwerking in Nieuwe Oogst, over de perceptie over mestverwerking. Een interview met Rembert van Noort, sinds kort belangenbehartiger kringlooplandbouw en mest bij ZLTO.
Rembert van Noort: 'De ver- en bewerking van mest worden door beleidsmakers vooral gezien als noodzakelijk kwaad om het mestoverschot op te lossen. Om deze reden heeft ZLTO een tijdje geleden een factsheet gemaakt, waarin de bijdrage van mestverwerking aan de maatschappij wordt toegelicht.'
‘Dat komt vooral door onwetendheid over wat er gebeurt binnen de muren van zo’n bedrijf. Als ZLTO willen wij een pleidooi houden voor mestverwerking en -bewerking. Want ze hebben juist heel veel voordelen, zoals het reduceren van emissies.
‘We willen met deze factsheet een positief beeld schetsen om ondernemers die met mestverwerking bezig zijn of daar plannen voor hebben, te voorzien van een eerlijk weerwoord op alle kritiek. En we gebruiken het als ZLTO ook in de lobby.’

   


Is dat nodig?
‘Er zijn veel boeren of collectieven die momenteel discussies voeren met gemeenten en omwonenden. Als het over mest gaat, sta je vaak al met 1-0 achter vanwege dat negatieve sentiment. Door alle voordelen helder en met een goede onderbouwing op een rijtje te zetten, helpen we die ondernemers.
‘Daarnaast biedt deze factsheet bestuurders en adviseurs houvast en een feitelijke voorstelling in het verhitte maatschappelijke mestdebat om gefundeerde keuzes te maken.’

Wat is de boodschap?
‘Dat het verwerken of bewerken van mest juist een positieve ontwikkeling is en bijdraagt aan de oplossing op verschillende beleidsterreinen. Toepassing van de juiste samenstelling van dierlijke mest op het juiste moment speelt een cruciale rol in de transitie naar een meer klimaatneutrale en circulaire agrarische sector. En het kan de dierlijke en plantaardige sectoren verbinden.’

Kunt u dat uitleggen?
‘De mestafzet in de plantaardige sector kan veel effectiever. Je hoeft niet het wiel opnieuw uit te vinden, maar er moet meer focus op komen. Het sluiten van de landbouwkringloop kan veel efficiënter en effectiever.’

Op welke manier bijvoorbeeld?
‘Mineralenconcentraat is in principe een goede meststof en kunstmestvervanger. Het is, mits je het goed aanwendt, ontzettend nuttig voor bemesting in zowel de akkerbouw als de melkveehouderijsector.
‘Mineralenconcentraten hebben een hogere werkingscoëfficiënt voor stikstof dan onbewerkte mest. Dit betekent dat er meer stikstof kan worden opgenomen in de gewassen en daarmee voor de kringloop beschikbaar blijft.
‘De techniek is er en er is veel belangstelling voor. Maar als je niet uitkijkt, blijft dit product gezien worden als het afvalproduct van fosfaatverwerking.’

Hoe komt dat?
‘Tot nu toe ligt er nog te veel nadruk op de verwerking van mest, oftewel het exporteren van fosfaat naar het buitenland. Dat komt doordat mest wordt benaderd als afvalprobleem. De wetgeving is ook gefocust op de afzet van mest als overschotproduct. Maar je moet het omdraaien, laten zien welke voordelen het heeft en er een verdienmodel aan hangen.’

Volgens een analyse van het Nederlands Centrum voor Mestverwaarding wordt het fosfaatoverschot fors kleiner. Een nationaal overschot van 20 à 25 miljoen kilo in 2025.
‘De noodzaak om mest te verwerken uit het oogpunt van het fosfaatoverschot neemt weliswaar af, maar zal niet verdwijnen. De noodzaak om mest te bewerken om geur, stikstof en methaan uit stal, opslag en aanwending te reduceren, bodems te verbeteren en benutting door gewassen te verhogen, zal daarentegen sowieso toenemen.
‘Juist door deze ontwikkeling hebben mestverwerkers nu al moeite om voldoende mest te contracteren. Veehouders zijn afwachtend en hopen dat de vraag naar mest van onder meer akkerbouwers toeneemt. Nu betalen ze nog flink om van hun mest af te komen.’

Stel dat dit lukt en dat beleidsmakers mest, al dan niet in bewerkte vorm, gaan zien als waardevol product. Dan moeten ondernemers de volgende hindernis nemen: een geschikte plek vinden.
‘De provincie Noord-Brabant laat momenteel een milieueffectrapportage opstellen voor geschikte locaties voor mestbewerking. Als ZLTO leveren we daar ook input voor. Het beleid zegt nu dat mestbewerking op industrieterreinen plaats moet vinden en niet in het buitengebied. Daar zijn wij het niet mee eens. In het buitengebied zit je dichter bij de bron en is het economisch vaak aantrekkelijker om een initiatief te starten.’

Noord-Brabant vergunt niet meer locaties voor mestverwerking dan nodig zijn om het Brabantse mestoverschot te verwerken.
‘Dat geeft al aan dat de overheid dit ziet als een noodzakelijk kwaad, in plaats van een kans om kringlopen te sluiten. Want waarom zou je het beperken als het alleen maar voordelen heeft?’

Wat doet ZLTO nog meer om mestverwerking in een beter daglicht te zetten?
‘We zijn samen met HAS Hogeschool, Stichting Nederlands Centrum voor Mestverwaarding en de provincie onlangs gestart met ‘Brabant Bemest Beter’. Daar zijn veertig boeren bij aangesloten. Door goede ideeën voor een verbeterde inzet van dierlijke mestproducten succesvol in de praktijk te brengen, gaat zowel de boer als de omgeving erop vooruit.
‘Daarnaast inventariseren we het meststoffengebruik en onderzoeken we de mogelijkheden van herwinbare meststoffen. Ook worden de mogelijkheden om via toevoegmiddelen de kwaliteit van mest te verbeteren in kaart gebracht en getoetst. Het gaat niet om minder bemesten, maar beter.’

Interview met Rembert van Noort van ZLTO over mestverwaarding
Auteur: Jasper Schel
Bron: Nieuwe Oogst
Publicatie: 25-06-2020