Kansen voor kalverurine als kunstmestvervanger 

De Europese regels voor Renure-meststoffen maakt het mogelijk om bewerkte kalverurine onder voorwaarden als kunstmestvervanger toe te passen. Voor de vleeskalverhouderij kan dat op termijn nieuwe kansen bieden, vooral doordat bij emissiearme stalsystemen de urine en vaste mest direct van elkaar vaak van elkaar gescheiden worden. 

Voor de erkenning van kalverurine als Renure-meststof moet de urine nog wel een gecertificeerd bewerkingsproces ondergaan waarbij de stikstof wordt geconcentreerd. Dat kan bijvoorbeeld door ammoniakstrippen of omgekeerde osmose.


Het eindproduct moet qua werking sterk lijken op minerale kunstmest. Minimaal 90% van de totale stikstof in minerale vorm aanwezig moet zijn en de verhouding tussen organisch gebonden koolstof en totale stikstof mag maximaal 3 bedragen.


Binnen de praktijkproef 'Betere stal, betere mest, beter oogst' is urine afkomstig van vleeskalveren vergeleken met kunstmest. Daaruit blijkt dat kalverurine een stikstofwerking die varieert tussen 51% en 77% in vergelijking met kunstmest. Dat was wel lager dan vooraf werd verwacht, waarschijnlijk door ammoniakvervluchtiging bij de toediening.


Bij snijmais waren de resultaten gunstiger. Wanneer de kalverurine naast de rij werd geïnjecteerd en volledig met grond werd afgedekt, was de stikstofwerking vergelijkbaar met die van kunstmest die bij het zaaien in de rij werd toegediend.

Bron: De Kalverhouder, 05/08/2026
Publicatie: 06-08-2026