Verkenning naar nutriëntenhub tussen Alblasserwaard en Eiland van Dordrecht

Op initiatief van Groene Cirkel Kaas en Bodemdaling werken veehouders en akkerbouwers samen aan een onderzoek haalbaarheidsonderzoek naar een mogelijke nutriëntenhub tussen de Alblasserwaard en het Eiland van Dordrecht. Deze hub moet de regionale kringlopen versterken, transportbewegingen verminderen en het gebruik van waardevolle nutriënten verbeteren. Met financiering vanuit de provincie Zuid-Holland wordt onderzocht of dit technisch, organisatorisch en economisch haalbaar is.

De aanleiding voor de verkenning naar een nutriëntenhub ligt onder meer in de veranderende mestwetgeving. Door de afbouw van de Europese derogatieregeling mogen melkveehouders minder dierlijke mest op hun eigen land uitrijden. Hierdoor ontstaat een groter mestoverschot dat ergens moet worden afgezet. Omdat de Alblasserwaard, met veel melkveebedrijven, en het Eiland van Dordrecht, met voornamelijk akkerbouw, vlak bij elkaar liggen zou regionale samenwerking logisch zijn – daarom worden de mogelijkheden van een nutriëntenhub verkend.


Hoewel de term nutriëntenhub doet denken aan een fysieke opslagplaats voor mest, benadrukken betrokkenen dat de kern van het initiatief breder is. Het gaat vooral om samenwerking, kennisuitwisseling en het beter op elkaar afstemmen van vraag en aanbod. Voor de melkveehouders biedt een nutriëntenhub in de eerste plaats meer zekerheid over de afzet van mest. Door de strengere regelgeving wordt het belangrijker om betrouwbare afzetmogelijkheden te hebben binnen de regio. Daarnaast kan een centrale aanpak leiden tot efficiëntere logistiek


Mest kan bijvoorbeeld al in de herfst en winter naar opslaglocaties in het akkerbouwgebied worden gebracht, waardoor piekbelasting tijdens het groeiseizoen wordt voorkomen. Daarmee ontstaat ook tijd om meer aandacht te besteden aan de mestkwaliteit. Als akkerbouwers gericht vragen naar bepaalde eigenschappen van mest, krijgen veehouders meer informatie om de kwaliteit van hun product verder te verbeteren en zich daarmee te onderscheiden.


Voor de akkerbouwers biedt de samenwerking toegang tot een regionale bron van organische meststoffen. Een belangrijk voordeel is dat mest beter kan worden afgestemd op de behoefte van gewassen. Daarnaast zorgt centrale opslag voor een betrouwbaardere beschikbaarheid van mest op het moment dat dat nodig is.


De grootste winst zit in het versterken van regionale kringlopen. Nutriënten blijven langer binnen de regio en worden efficiënter benut. Dat vermindert de noodzaak om mest over grotere afstanden te vervoeren. De komende periode onderzoekt Connecting Agri&Food welke vorm van samenwerking het beste past bij de regio. Daarbij wordt gekeken naar logistiek, opslagmogelijkheden, organisatie, kosten en de wensen van akkerbouwers en veehouders.

Bron: Groene Cirkels, 07/07/2026
Publicatie: 11-08-2026