Boete voor overtreding van de Meststoffenwet blijft in stand

De rechtbank Gelderland heeft op woensdag 29 juli uitspraak gedaan over de bestuurlijke boete van ruim 51.000 euro die de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur aan een melkveehouderijbedrijf heeft opgelegd voor overtreding van de Meststoffenwet in 2022. De veehouder was het niet eens met de hoogte van de opgelegde boete, maar de rechtbank oordeelt dat de minister de hoogte van de boete juist heeft vastgesteld.

De melkveehouder erkent dat hij in 2022 de gebruiksnormen voor dierlijke mest met 7.715 kilogram stikstof heeft overschreden. Dit volgt ook uit het boeterapport van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit. De veehouder vindt dat de minister de opgelegde boete diende te matigen omdat hij niet bewust de gebruiksnorm heeft overschreden maar volledig heeft vertrouwd op een adviseur die een vergissing heeft gemaakt.


De veehouder erkent dat hij verantwoordelijk blijft voor het handelen naar een advies, maar vindt dat hij verschilt van een collega die doelbewust de zaak probeert op te lichten. Daarnaast is er volgens de veehouder geen sprake van milieuschade, omdat de gebruiksnorm stikstof niet is overschreden. De opgelegde boete en de gevolgen van de overige maatregelen zoals uitsluiting van derogatie, randvoorwaardenkorting en geen gebruik kunnen maken van subsidieregelingen zijn zo hoog dat deze als onbillijk en niet evenredig worden ervaren. 


De rechtbank volgt de redenering van de veehouder niet. Als het zo is dat een adviseur een fout heeft gemaakt, dan moet de veehouder die daarop aanspreken. Verder is de rechtbank het met de minister eens dat er door de overtreding wel degelijk milieuschade is opgetreden. Het wel voldoen aan de stikstofgebruiksnormen voor mest ontslaat eiseres niet van de verplichting om ook te voldoen aan de afzonderlijke gebruiksnorm voor dierlijke meststoffen. De rechtbank is het met de minister eens dat zodra een van de gebruiksnormen is overschreden er sprake is van milieuschade.


Meer details zijn te vinden in de uitspraak van de rechtbank Gelderland.

Bron: Rechtbank Gelderland, 31/07/2026
Publicatie: 10-08-2026