Financiering mestvergister blijft nog te vaak buiten bereik van de boer
Terwijl de overheid via subsidies juist inzet op samenwerking tussen meerdere boeren, kijken financiers vooral naar schaalgrootte en risico. Dat leidt in de praktijk tot een verschil in inzicht over hoe de sector zich moet ontwikkelen. Via gerichte categorieën binnen de SDE++-regeling stimuleert de overheid ruw-gas-hubs. Dit biedt een boer met bijvoorbeeld 100 koeien de kans om rendabel te vergisten op het eigen erf, waarna het geproduceerde biogas via leidingen naar een centraal opwaardeerpunt voor groen gas wordt getransporteerd.
De sector is enthousiast over deze decentrale aanpak, waarbij de agrariër zelfstandig energieproducent blijft. Maar volgens RaboResearch zijn biogashubs, waarbij boeren afzonderlijk vergisten en het gas centraal wordt opgewerkt, relatief kostbaar en organisatorisch complex. Daardoor kiezen financiers in de praktijk vaker voor grotere individuele installaties of centrale vergistingsprojecten. In dat model brengen boeren hun mest naar een gezamenlijke locatie voor de verwerking.
In het financieringsgat dat kan ontstaan, spelen ook energiebedrijven en exploitanten van energiecentrales een steeds grotere rol. Gedreven door hun toekomstige bijmengverplichting hebben zij groen gas nodig en bouwen of financieren zij zelf centrale hubs. Toch kiezen deze producenten meestal ook voor grootschalige vergisters en liever niet voor fijnmazige netwerken van lokale gasleidingen.
De kleine boer staat daardoor niet gelijk buitenspel, want de mest blijft waardevol. Wel verandert zijn rol. Zonder financiering voor een eigen installatie of lokaal netwerk bestaat het risico dat de boer vooral leverancier van mest blijft, terwijl verwerking en het toevoegen van waarde elders plaatsvinden.