Landelijke inventarisatie 2016 mestverwerkingscapaciteit

Het Projectbureau Lokale Mestverwerking en Bureau Mest Afzet hebben voor het vierde jaar op rij een inventarisatie van de mestverwerkingscapaciteit in Nederland gemaakt. Naast de inventarisatie van de export en de verwerking van mestproducten van mestverwerkingslocaties is ook de omvang in kaart gebracht van de export van onbehandelde mest en champost. Op deze wijze wordt een beeld verkregen van de totale omvang van de verwerking en de export van mestproducten.

Om de inventarisatie te kunnen maken is een vragenlijst verstuurd naar 177 mestverwerkers. Van 110 verwerkers is de ingevulde vragenlijst terugontvangen. Zeven van de respondenten hebben aangegeven gestopt te zijn met de mestverwerkingsactiviteit. De verwerkingscapaciteit van de groep, die geen antwoorden heeft ingezonden, is waar mogelijk bepaald met behulp van informatie uiteerdere inventarisaties. Het gaat hierbij om een groep van 32 verwerkers. De capaciteit van de groep niet-respondenten, die nog niet eerder aan de inventarisatie heeft meegewerkt, is ingeschat aan de hand van mondelinge mededelingen via telefonisch contact, informatie uit vergunningen of kennisomtrent het project aanwezig bij het projectteam. Deze groep bestond uit 35 verwerkers. Voor de inventarisatie van de export van onbehandelde mest en champost is gebruikgemaakt van cijfers van de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO).

Bij de inventarisatie is iedere vorm van behandeling of verwerking van mest meegenomen om inzicht te krijgen in de verschillende schakels van de mestverwerkingsketens. Een deel van de initiatieven betreft niet de eindschakel in de verwerkingsketen, maar levert de behandelde mest door aan een volgende schakel. De mestverwerkingscapaciteit in deze rapportage betreft de hoeveelheid fosfaat, die door een initiatiefnemer zelf is geëxporteerd, verbrand of tot mestkorrels is verwerkt. Deze hoeveelheid is daarom steeds afkomstig van de eindschakel in de keten en voldoet aan de definitievan de mestverwerking van de Meststoffenwet.

De mestverwerkingscapaciteit van de operationele verwerkers, die in de inventarisatie is vastgesteldvoor 2016, bedraagt inclusief de inschatting van de capaciteit van de niet-respondenten 35,9 miljoen kilogram fosfaat. Dit is een stijging van 10,9 miljoen kilogram ten opzichte van de geïnventariseerde hoeveelheid in 2015. Deze aanzienlijke stijging betreft niet alleen de realisatie van nieuwe verwerkingscapaciteit. Een groot deel van de stijging kan worden verklaard doordat enkele grotere composteer-en korrelbedrijven dit jaar voor het eerst hebben deelgenomen aan de inventarisatie en (inmiddels) meer mest verwerken, dan de hoeveelheid die in 2015 was ingeschat.

Inclusief de export van onbehandelde mest en champost bedroeg de totale export van dierlijke mest 46,6 miljoen kilogram fosfaat in 2015. Dit komt redelijk overeen met het berekende verschil tussen de productie en het gebruik van dierlijke mest in Nederland in 2015 (48,6 miljoen kilogram fosfaat).

Er zijn nog veel mestverwerkingsprojecten in voorbereiding. In totaliteit zijn er plannen voor een uitbreiding van de mestverwerkingscapaciteit van 30,4 miljoen kilogram fosfaat. De verwachte toename van mestverwerkingscapaciteit in 2017 bedraagt op basis van de opgaven van de mestverwerkers 14,6 miljoen kilogram fosfaat. Het gaat hierbij om projecten in de bouwfase of de financieringsfase. Opgemerkt wordt dat enerzijds lokale verwerkers aangeven vaker dikke fracties te gaan hygiëniseren en anderzijds dat composteerders en korrelaars aangeven te gaan uitbreiden op basis van de aanvoer vanuit deze lokale verwerkers. Dit kan duiden op een gedeeltelijke dubbeltelling bij de opgave van de verwachte extra capaciteit. Desalniettemin lijkt in de komende jaren de situatie te gaan ontstaan, waarbij de verwerkingscapaciteit op basis van fosfaat uitstijgt boven het verschil tussen de productie en het gebruik van mest in Nederland. De druk op de binnenlandse markt blijft echter bestaan zolang wordt uitgegaan of gestreefd naar een 100% invulling van de beschikbare fosfaatplaatsingsruimte in Nederland. Te meer omdat fosfaat niet in alle gevallen bepalend is voor het gebruik van dierlijke mest. Er is een verschil tussen de minimaalbenodigde verwerkingscapaciteit op basis van het verschil tussen de productie en de plaatsingsruimte in Nederland en de benodigde verwerkingscapaciteit, die nodig is om de druk op de binnenlandse markt merkbaar te verlagen.

Een tendens, die waarneembaar is op basis van de vergelijking van de resultaten van vorig jaar en de verwachting van de verwerkers ten aanzien van de komende jaren, is dat de verwerkers zich intoenemende mate richten op de export van dikke mestfracties, gecomposteerde mest en organische mestkorrels.

Verder blijkt ook dit jaar dat in de regio Oost in verhouding nog weinig operationele capaciteit gerealiseerd is, namelijk 1,2 miljoen kilogram fosfaat. Hierbij dient te worden opgemerkt dat circa 5 miljoen kilogram operationele capaciteit in gebied Overig is opgegeven, die feitelijk in de regio Oost plaatsvindt of mest betreft, die hoofdzakelijk uit de regio Oost afkomstig is. Er zijn wel veel projecten in ontwikkeling in de regio Oost. Naar verwachting zal de operationele verwerkingscapaciteit inde regio Oost de komende jaren gaan toenemen.

Landelijke inventarisatie 2016 mestverwerkingscapaciteit
Auteur: Stichting Bureau Mest Afzet
Bron: Stichting Bureau Mest Afzet
Publicatie: 20-09-2016