Waarde van dikke fractie als bron van organische stof

Met dikke fractie van varkens- of rundveedrijfmest kan een aanzienlijke bijdrage kan worden geleverd aan de bodemkwaliteit. Niet alleen doordat er een breed scala aan nutriƫnten wordt geleverd, maar zeker ook door het verbeteren van organische stofbalans. In dit artikel gaan we in op deze bijdrage. Dit doen we aan de hand van de resultaten van twee onderzoeken: een literatuurstudie van VCM in Belgiƫ en een analyse van 20 meerjarige onderzoeken in diverse Europese landen. In dit artikel gaan we niet in op beperkingen door bijvoorbeeld wettelijke gebruiksnormen.

Organische stof in dikke fractie

VCM deed zijn studie in het kader van een project in de regio Haspengouw (het zuiden van Belgisch Limburg), een gebied met weinig veehouderij en veel akkerbouw en fruitteelt. Het gebied kenmerkt zich door een lage aanvoer van organische stof. Gevolg is dat in meer dan de helft van de betreffende akkerbouwpercelen het organische stofgehalte onder de streefwaarde ligt. Hierdoor kunnen belangrijke parameters als bodemstructuur of het bodemleven onder druk staan.

Een van de belangrijkste manieren om voldoende aanvoer te realiseren is het bemesten met organische stofrijke meststoffen. 

  Techniek Droge stof Organische stof
    (kg ds/ton) (kg os/ton)
Dikke fractie varkensmest Centrifuge 278,4 240,6
  Vijzelpers 297,7 244,7
Dikke fractie rundveemest Centrifuge 235,6 218,7
  Vijzelpers 271,9 228,2

Totale organische stofgehaltes na mestscheiding.

 

  Effectieve organische stof
Rundveedrijfmest 28
Varkensdrijfmest 19
Runderstalmest 81
Dikke fractie rundveedrijfmest 109
Dikke fractie varkensdrijfmest 79
Dunne fractie rundveedrijfmest 14
Dunne fractie varkensdrijfmest 7
Digestaat rundveedrijfmest 19
Digestaat varkensdrijfmest 12

Gehalte aan effectieve organische stof (de o.s. die na een jaar nog in de bodem zit) van diverse meststoffen.

Uit de tabellen is op te maken dat dikke fractie van varkensdrijfmest een vergelijkbare hoeveelheid organische stof bevat als van rundveedrijfmest, zeker als dat per kilogram droge stof wordt berekend. Dit is anders dan wat vaak in de markt wordt gedacht. Varkensmest bevat echter relatief meer snel werkende organische stof, en dat heeft zoals gezegd een andere functie dan stabiele organische stof. In Nederland wordt stabiele organische stof 'effectieve organische stof (e.o.s.)' genoemd. Dit is een enigszins misleidende term, omdat beide vormen van organische stof (snel werkende en stabiele o.s.) een verschillende functie hebben, en beiden zijn enorm van belang voor de bodemkwaliteit. Voor meer kennis hierover kunt onze e-learning Bodem, bemesting en mestverwaarding volgen. 

Dikke fractie uit varkensmest levert overigens niet alleen de snel werkende organische stof, maar ook een aanzienlijke hoeveelheid stabiele ('effectieve') organische stof. Vergelijkbaar met rundveestalmest, en een factor drie zo veel als rundveedrijfmest.

 

Noodzaak organische stof in de akkerbouw

Het Handboek Bodem en Bemesting geeft aan dat de natuurlijke jaarlijkse afbraak van stabiele organische stof (e.o.s.) tussen percelen en grondsoorten aanzienlijk varieert, tussen 1 en 5% per jaar. Men noemt in deze variatie een getal van 2.000 kg e.o.s. afbraak per jaar, in gebieden waar weinig dierlijke mest wordt aangevoerd is dit zeer veel minder. Een aantal andere variabelen zijn ook van belang, bijvoorbeeld de gewaskeuze. Zo zal in grasland er automatisch organische stof worden aangemaakt, door de groei van het gras zelf, maar ook meer worden afgebroken. In akkerbouwgebieden, zeker op zandgrond - waar de afbraak sneller gaat - zal de balans echter snel negatief zijn. Onderstaande kaartjes laten dat duidelijk zien.

 

Organische stofbalans bouwland (links, negatief) en grasland (rechts, positief)

Organische stofbalans van bouwland (links, negatief) en grasland (rechts, positief)

 

Wanneer een teler bijvoorbeeld een gift van 15 ton dikke fractie varkensmest geeft, wordt 3.600 kg organische stof en 1.200 kg effectieve organische stof gegeven. Dit is een significante bijdrage aan de benodigde organische stofvoorziening. 

Speciaal van belang is het voor zandgronden. Op zandgronden is de afbraak hoger, maar is het belang ook groter. Zowel vanwege het vasthouden van vocht en nutriënten, maar ook voor de bodemgezondheid. Allerlei pathogenen als aaltjes en schimmels richten op lichte gronden veel sneller schade aan de gewassen aan dan op zwaardere kleigronden. Voor een goede bodemweerbaarheid is met name de snel werkende organische stof voor van belang. Hiervoor is vooral een regelmatige aanvoer van vers organisch materiaal voor van belang. En daar lenen dierlijke meststoffen zich uitermate goed voor.

 

Waarde organische stof voor teeltresultaten in diverse meerjarige onderzoeken

Renske Hijbeek van Wageningen UR heeft een promotieonderzoek gedaan in hoeverre organische stofaanvoer leidt tot hogere teeltopbrengsten. Dit werd gedaan door de resultaten van een groot aantal meerjarige onderzoeken te vergelijken. Hierbij is zo zuiver mogelijk gekeken naar het effect van organische stof, en werden proeven waar de gift van nutriënten (stikstof, fosfaat en kalium) de resultaten zouden kunnen beïnvloeden niet meegenomen. Uiteindelijk is de meta-analyse gedaan over 20 langjarige proeven, voornamelijk in midden Europa en Duitsland. Er zijn geen resultaten uit Nederland, België, Frankrijk, Scandinavië of het Verenigd Koninkrijk meegenomen. In de geselecteerde gebieden wordt relatief veel meer graan geteeld en minder wortel- en knolgewassen. Toch is een aantal interessante conclusies te trekken uit deze onderzoeken:

  • Bij wintergraan op kleigrond werd er geen effect gevonden van organische stofaanvoer op  de teeltopbrengsten.
  • Bij zomergraan werd er daarentegen wel een effect gevonden.
  • Wortel- en knolgewassen (aardappelen, suikerbieten, wortelen e.d.) zijn zeer dankbaar voor organische stofaanvoer.
  • Op zandgrond is de waarde beduidend groter dan op kleigrond.
  • De balans van organische stof (saldo aanvoer minus afbraak) is belangrijker dan het absolute organische stofgehalte.
  • Met name de aanvoer van vers organisch materiaal, de snel werkende organische stof, lijkt belangrijk te zijn. 

Rode lijn: wortel- en knolgewassen, groene lijn: zomergraan, blauwe lijn: wintergraan. De figuur laat zien hoe een relatieve toename van organische stofgehalte in de bodem gerelateerd is met veranderingen in oogstopbrengsten.

Gemiddelde effect aan opbrengst door aanvoer organische stof, met een beeld van de variatie (95%-interval).

Verschil tussen zomergraan en wintergraan. N.B. Mogelijk wordt dit verschil (deels) verklaard doordat het zomergraan op andere grondsoorten is geteeld dan het wintergraan.

 

Conclusies

Dikke fractie uit gescheiden drijfmest kan een belangrijke bijdrage leveren aan de bodemkwaliteit en de teeltopbrengsten. De waarde is afhankelijk van waar het wordt toegepast.

  • Grasland bouwt uit zichzelf organische stof op, maar op bouwland is het op peil houden van de organische stofgehaltes een grote uitdaging. Ook in Nederland is dat van toepassing. 
  • Voldoende aanvoer van organische stof heeft meer waarde op zanderige grond dan op kleigronden
  • Organische stof heeft een hogere waarde voor wortel- en knolgewassen dan voor graan.
  • Bij wintergraan op kleigrond is er geen opbrengstverhoging waargenomen.
  • Dikke fractie van zowel varkensmest als van rundveemest levert veel organische stof.
  • Zowel snel werkende als stabiele organische stof hebben een belangrijke functie voor de bodemkwaliteit.
  • Varkensmest levert relatief de meeste snel werkende organische stof, maar ook veel stabiele organische stof.
Waarde van dikke fractie als bron van organische stof
Auteur: Jan Roefs
Bron: VCM; Hijbeek et al. (beiden bijgevoegd)
Publicatie: 28-03-2020