Boete voor overschrijding mestnorm fors verlaagd na hoger beroep

Het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) heeft de boete voor een landbouwer verlaagd van € 7.652,30 naar € 5.001,57. In hoger beroep bleek onvoldoende bewijs te bestaan voor vier mesttransporten die eerder waren meegeteld bij de berekening van de overschrijding van de mestnorm. De Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) controleerde het landbouwbedrijf op de naleving van de meststoffenregelgeving in 2017. Aanvankelijk kreeg de ondernemer een boete wegens overschrijding van meerdere gebruiksnormen (€79.500). Na bezwaar stelde de minister de boete vast op € 9.002,70. De rechtbank verlaagde dit bedrag vervolgens tot € 7.652,30. In hoger beroep bestreed de landbouwer onder meer de berekende mestopslagcapaciteit en de aanvoer van vier vrachten mest. Over de mestopslag kreeg hij geen gelijk: volgens het College had hij onvoldoende bewijs geleverd voor verschillende mestopslagen. Bij de vier mestvrachten lag dat anders. De landbouwer ontkende dat deze in 2017 op zijn bedrijf waren afgeleverd. De bijbehorende Vervoerbewijzen Dierlijke Meststoffen ontbraken, waardoor de minister volgens het College niet aannemelijk kon maken dat de transporten daadwerkelijk hadden plaatsgevonden. Daarom werd 495 kilo stikstof van de berekende overschrijding afgetrokken. Na aanvullende matiging vanwege de lange duur van de procedure stelde het College de definitieve boete vast op € 5.001,57.
Bron: De Rechtspraak, 22/09/2026
Publicatie: 23-09-2026