Wallonië versoepelt uitrijperiode mest

De Waalse regering past tijdelijk het programma voor het duurzame stikstofbeheer in de landbouw aan na de droogte en de hitte van afgelopen zomer. Zo wordt de uitrijdperiode voor drijfmest en effluent op graslanden verlengd tot en met 31 oktober. Bovendien wordt de regelgeving voor mestopslag versoepeld. 

De Waalse afwijking voor het uitrijden van mest is beperkt tot maximaal 80 kilo stikstof per hectare en blijft onderworpen aan de jaarlijkse maximumgrenzen. De Waalse regering motiveert deze keuze vanwege de vastgestelde groeiachterstand in de graslanden en de bemestingsbehoeften voor het herstel van de vegetatie na de regenval in september. De uitzondering mag geenszins afbreuk doen aan de eisen rond de bescherming van water, de bodem en de lucht.


Voor opslagplaatsen van mest, waarvan de maximale opslagduur van 9 maanden afloopt in augustus, september of oktober 2026, wordt de opslagduur bij wijze van uitzondering verlengd tot maximaal 10 maanden. Deze maatregel is bedoeld om meer flexibiliteit te bieden bij de organisatie van de werkzaamheden en het beheer van meststoffen. Bovendien begint voor het jaar 2026 op 1 november de periode waarin het verboden is om langzaam werkende organische meststoffen op grasland uit te brengen. Deze periode loopt door tot en met 15 december.


Om rekening te houden met de vertraagde werkzaamheden is ook de tijdspanne aangepast waarop vanggewassen mogen worden aangeplant. Na een oogst van peulvruchten, die vóór 15 augustus heeft plaatsgevonden en gevolgd door tarwe, mogen vanggewassen tot 15 september worden aangeplant. In andere gevallen mag het aanleggen van een tussengewas dat nitraat opvangt, plaatsvinden tussen 15 en 30 september, op voorwaarde dat het tussengewas minimaal twee maanden blijft staan voordat het wordt vernietigd.

Bron: VILT, 16/09/2026
Publicatie: 16-09-2026