Vlaamse mestproductie daalt door krimpende veestapel

De totale dierlijke mestproductie in Vlaanderen is in 2025 gedaald, tot 121,7 miljoen kilo stikstof. Dat is vooral het gevolg van een krimp in de varkens- en rundveestapel. Richting 2030 wordt verwacht dat de mestproductie verder daalt. Volgens een prognose van de Vlaamse Landmaatschappij zou er dan nog tussen de 112,3 miljoen en 117,8 miljoen kilo stikstof worden geproduceerd door de Vlaamse veestapel. 

In 2025 werden in Vlaanderen nog 4,89 miljoen varkens gehouden, 22% minder dan in 2015. De rundveestapel werd in 10 jaar 12% kleiner en bedroeg vorig jaar nog 1,17 miljoen dieren. De Vlaamse pluimveestapel breidde in dezelfde periode met 24% uit naar 41,5 miljoen dieren. Maar die stijging heeft weinig gevolgen voor de Vlaamse mestbalans, omdat pluimveemest vrijwel volledig wordt verwerkt en geëxporteerd uit Vlaanderen.


In de periode 2015-2022 werd ongeveer 92 miljoen kilo stikstof uit dierlijke mest op het land gebracht in Vlaanderen. In 2023 en 2024 daalde dat naar 86 miljoen kilo stikstof. Die daling is grotendeels te verklaren door het wegvallen van de derogatie eind 2022 waardoor minder rundermest gebruikt werd, en door de daling van het aantal varkens die voor minder varkensmest zorgde. In 2025 was er een kleine stijging van het gebruik van dierlijke mest tot 88,8 miljoen kilo stikstof.


Vlaanderen blijft een mestoverschot houden. De mest die niet op het land kan worden afgezet, moet verwerkt of geëxporteerd worden. In 2025 ging het om 12 miljoen kilo stikstof. Dat overschot is de afgelopen vijf jaar stabiel gebleven. De globale Vlaamse mestbalans is negatief door mestverwerking en -export. Dat betekent dat er in totaal voldoende plaatsingsruimte is op landbouwgrond voor het resterende mestaanbod.

Bron: VILT, 26/08/2026
Publicatie: 27-08-2026