Uitrijdperiode voor drijfmest op grasland verlengd tot en met 15 september

Vanwege de extreme weersomstandigheden in combinatie met een landbouwkundige noodzaak en vanuit een milieukundig perspectief, heeft minister Van Essen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur besloten om de uitrijdperiode voor dierlijke mest op grasland te verruimen. De uitrijdperiode voor drijfmest op grasland wordt op alle grondsoortregio’s verlengd tot en met 15 september. Ook de uitrijdperiode voor vaste dierlijke mest op graslandpercelen op zand- en lössgronden wordt verlengd naar 15 september. Dat meldt de minister aan de Tweede Kamer. 

Van Essen baseert zich bij zijn besluit op een advies van de Commissie Deskundigen Meststoffenwet. De commissie stelt dat het toedienen van dierlijke mest aan een nog niet herstelde graszode eind augustus kan leiden tot schade aan zode en leiden tot een lagere opbrengst. Wanneer de mogelijkheid tot het uitrijden van dierlijke mest wordt verruimd tot half september, kan de stikstof uit mest beter worden benut door een herstelde graszode. Vanuit zowel landbouwkundig als milieukundig perspectief is een verlenging van de uitrijdperiode daarom aan te bevelen. 

Bron: Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, 26/08/2026
Publicatie: 27-08-2026