Mest als substraat voor insectenkweek

Huisvlieglarven kunnen verse dierlijke mest omzetten in waardevolle insectenbiomassa, maar deze prestaties worden beperkt door de lage beschikbaarheid van verteerbare koolhydraten in mest. Lennard Pisa onderzocht of zetmeelsuppletie de larvale groei en de omzetting van mest kan verbeteren. Dinsdag 25 augustus hoopt hij op basis van zijn onderzoek aan de Wageningen Universiteit te promoveren.

Via een literatuurstudie bracht Lennard Pisa de belangrijkste kennishiaten in kaart. Vervolgens deed hij experimenten met zetmeelsuppletie, waarbij hij  de microbiële activiteit, zetmeeldosering, larvale leeftijd en larvendichtheid als bepalende factoren evalueerde. De effecten van zetmeel waren sterk dosisafhankelijk, een gematigde suppletie verhoogde de larvale biomassa en de stikstofomzetting aanzienlijk.


De respons was sterk afhankelijk van de initiële microbiële activiteit in de mest, waarbij de resultaten wijzen op competitie tussen larven en microorganismen om verteerbare koolhydraten. Oudere larven benutten zetmeel efficiënter dan jongere larven, wat wijst op een ontwikkelingsafhankelijke regulatie van de zetmeelvertering.


Een hogere larvendichtheid verbeterde de vroege overleving in met zetmeel gesuppleerde substraten, maar verminderde de groei in latere ontwikkelingsstadia. Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat optimalisatie van de aanvoer van verteerbare energie en de kweekomstandigheden de omzetting van mest door huisvlieglarven aanzienlijk kan verbeteren.

Bron: Wageningen University & Research, 17/08/2026
Publicatie: 18-08-2026