Vergunningregels bij realisatie van externe mestopslag

Bij de realisatie van externe mestopslag kunnen afhankelijk van de locatie en situatie verschillende vergunningen, meldingen en regels van toepassing zijn. Daarop wijst Carmen Ensink, Adviseur Ruimtelijke Ordening bij Agrifirm Exlan.

Voor de technische bouwactiviteit valt mestopslag in de regel onder het stelsel van kwaliteitsborging. Een onafhankelijke kwaliteitsborger beoordeelt vooraf of het bouwplan voldoet aan de bouwtechnische voorschriften en controleert tijdens de uitvoering of volgens de geldende eisen wordt gebouwd. Ook ziet deze toe op de toegepaste materialen en constructies. Pas nadat is vastgesteld dat aan alle technische eisen is voldaan, mag de opslagvoorziening in gebruik worden genomen.


In sommige gevallen is de technische bouwactiviteit vergunningsvrij, bijvoorbeeld wanneer wordt voldaan aan de voorwaarden uit het Besluit bouwwerken leefomgeving. In andere situaties geldt juist een vergunningplicht, bijvoorbeeld wanneer de mestopslag onderdeel is van een milieuvergunningplichtig bedrijf.


Naast de technische bouwactiviteit kan ook sprake zijn van een ruimtelijke bouwactiviteit. Deze vindt haar grondslag in een pakket regels dat bij de invoering van de Omgevingswet in 2024 aan gemeenten is meegegeven. Gemeenten mogen deze regels aanpassen of vervangen door eigen beleid, waardoor de regels rondom mestopslag per gemeente verschillen.


In de oude situatie was voor bepaalde bouwwerken geen vergunning voor de ruimtelijke bouwactiviteit nodig. Dit geldt bijvoorbeeld voor een mestsilo op het erf of voor andere agrarische bouwwerken tot twee meter hoogte. Wat precies onder het erf valt, kan in de praktijk echter tot discussie leiden en is afhankelijk van de situatie en interpretatie van de definitie. Bij een mestopslag buiten het eigen erf is altijd sprake van een vergunningplicht voor de ruimtelijke bouwactiviteit.


Met de invoering van de Omgevingswet beschikken gemeenten automatisch over een tijdelijk omgevingsplan. Hierin zijn voormalige bestemmingsplannen gecombineerd met de voorheen geldende regels. Dit blijft gelden totdat gemeenten een nieuw omgevingsplan vaststellen. In het omgevingsplan zijn onder andere de bouw- en gebruiksregels voor gronden en bouwwerken vastgelegd.


Plannen voor mestopslag moeten binnen deze regels passen, bijvoorbeeld wat betreft bouwhoogtes en toegestane functies. Is dat niet het geval, dan moet de gemeente toestemming geven om hiervan af te wijken. Hiervoor is een omgevingsvergunning voor een planologische activiteit nodig. Daarbij wordt onder andere gekeken naar de ruimtelijke inpassing en de effecten op de omgeving. Een goede onderbouwing van het plan is daarbij essentieel.


Volgens het Besluit activiteiten leefomgeving zijn mestopslagen in principe meldingsplichtig. Gemeenten kunnen echter aanvullende regels opnemen in het omgevingsplan, waardoor in bepaalde situaties ook een vergunning vereist is. Dit kan bijvoorbeeld afhangen van de inhoud of oppervlakte van de mestopslag. Ook wanneer de opslag onderdeel is van een bedrijf dat al milieuvergunningplichtig is, kan naast een melding een vergunning nodig zijn.


Daarnaast moet rekening worden gehouden met geurafstanden tot geurgevoelige objecten, zoals woningen. Welke afstanden gelden, verschilt per situatie. Daarom is het belangrijk zowel de landelijke als de gemeentelijke regels zorgvuldig te toetsen.


Bij de realisatie van externe mestopslag kan ook sprake zijn van een Natura 2000-activiteit. Dit is het geval wanneer een initiatief mogelijk gevolgen heeft voor beschermde natuurgebieden, bijvoorbeeld door stikstofemissie tijdens de bouw of het gebruik van de mestopslag. Wanneer significante effecten op een Natura 2000-gebied niet op voorhand kunnen worden uitgesloten, moet worden beoordeeld of een vergunning nodig is. Ook relatief kleine wijzigingen kunnen vergunningsplichtig zijn als zij leiden tot extra stikstofdepositie op overbelaste natuurgebieden.

Bron: Boerderij, 13/07/2026
Publicatie: 13-07-2026