Pluimveemestverwerking via hydrothermale carbonisatie in combinatie met vergisting

Kippenmest heeft normaal een hoog vocht- en asgehalte en een lage calorische waarde, wat de mogelijkheden voor directe energetische benutting aanzienlijk beperkt. Studies hebben aangetoond dat via uitloging anorganische componenten kunnen worden verwijderd, waardoor de verhouding koolstof/stikstof verbetert en het product geschikter wordt voor anaerobe vergisting. Hydrothermale carbonisatie maakt stabilisatie van het materiaal mogelijk. Het verhoogt het koolstofgehalte en verbetert de brandstofkwaliteit van hydrochar, terwijl vergisting van het proceswater bijdraagt aan de biogasproductie. Dat stelt onderzoeker Leyanet Odales Bernal die op 3 juni promoveerde aan de Universiteit Gent.

Leyanet Odales Bernal maakte een geïntegreerde technische en milieutechnische evaluatie van dit systeem van pluimveemestverwerking. In zijn proefschrift heeft hij eerst de stromen van pluimveemest van diverse typen bedrijven gekarakteriseerd. Vervolgens richtte hij zich op de optimalisatie van hydrothermale carbonisatie via responsoppervlaktemethodologie. De optimale condities lagen bij een temperatuur van 234 °C gedurende 30 minuten.


Vervolgens onderzocht de wetenschapper uitloging als voorbehandeling. Uitgeloogde pluimveemest produceerde lagere hydrochar-opbrengsten, maar wel een product met verbeterde brandstofkwaliteiten. De hydrochar had een hoger fosforgehalte, wat wijst op potentieel gebruik als meststof. Uitloging verbeterde zowel de brandstofkwaliteit als de biologische afbreekbaarheid van het proceswater aanzienlijk.


De onderzoeker maakte tevens een levenscyclusanalyse van alle behandelingsscenario’s. De grootste milieuvoordelen blijken te worden behaald door de vervanging van kunstmest door nutriënten uit hydrochar en digestaat. Hydrothermale carbonisatie bij 234 °C gedurende 30 minuten, gecombineerd met vergisting van het proceswater, bleek het meest robuuste scenario. 

Bron: Universiteit Gent, 03/06/2026
Publicatie: 02-07-2026