'Voorbewerken van bouwland loont bij gebruik van dierlijke mest'
Op geploegd, onbewerkt kleiland is de toplaag vaak hard en ruw. Daardoor lukt het een sleuvenbemester niet altijd om de mest volledig in de sleufjes te brengen. Mest blijft deels aan de oppervlakte liggen en komt in contact met de lucht. Het gevolg is dat er stikstof vervliegt in de vorm van ammoniak. Ook een perceel dat na het ploegen alleen grof is nabewerkt, geeft geen optimaal resultaat. Door de ongelijke bodem loopt mest op verschillende plaatsen uit de sleufjes, waardoor emissie optreedt.
De beste resultaten worden behaald wanneer het perceel in het voorjaar fijn is voorbewerkt, bijvoorbeeld met een rotorkopeg. De sleuvenbemester kan de mest dan vrijwel volledig in de voorgeschreven sleufjes van maximaal 5 centimeter breed afleggen. Met cultivatortanden of een goed afgestelde schijvenegbemester met vlakstrijker wordt de mest bovendien netjes afgedekt. De afstelling van de machine verdient daarbij wel aandacht. Een te diepe bewerking kan op zware kleigrond valse kluiten naar boven halen, wat de zaaibedbereiding bemoeilijkt.
Voor een goede mineralenbenutting én om de mest goed onder te kunnen werken, is een mestgift van 40 m3 tot 50 m3 per hectare een goed uitgangspunt. Door het contactoppervlak van de mest met de lucht te minimaliseren, blijft er meer stikstof beschikbaar voor het gewas en neemt de ammoniakemissie verder af. Een fijne voorbewerking in het voorjaar kost tijd, maar betaalt zich terug in een hogere stikstofbenutting, lagere kunstmestkosten en minder risico op overtredingen van de bemestingsvoorschriften.
Op de website van Bemest op z’n best is ook in een video te zien hoe kleigrond het best voorbewerkt kan worden