Landbouw is verantwoordelijk voor 77% van de methaanemissie
De uitstoot van ammoniak is met 70% afgenomen tussen 1990 en 2024. De uitstoot nam vooral af in de periode tot 2005. De afname komt door het toepassen van emissiearme mestaanwending, krimp van de veestapel, eiwitarm voer, afdekken van mestopslagen en emissiearme stallen.
De uitstoot van fijnstof is over de gehele periode 1990-2024 met 5% gedaald. De uitstoot steeg tussen 1990 en 2011 met 32%. Dat kwam voornamelijk door de omschakeling van pluimveebedrijven van kooihuisvesting naar scharrel- en vrije-uitloopstallen vanwege wetgeving voor dierenwelzijn. Daarna daalde de uitstoot van fijnstof, vooral doordat er minder pluimvee wordt gehouden.
De uitstoot van lachgas is met 44% afgenomen tussen 1990 en 2024. De afname komt voornamelijk door minder weidegang, minder atmosferische depositie en minder kunstmestgebruik. De afname van de uitstoot van lachgas is kleiner dan de afname van de uitstoot van ammoniak. Dit komt doordat bij emissiearme mestaanwending juist meer lachgas vrij komt. Daarnaast hebben emissiearme stallen geen effect op de uitstoot van lachgas.
De uitstoot van methaan daalde met 16% in de periode 1990-2024. Dit kwam door een afname van het aantal koeien en varkens. Ook een hogere efficiëntie van koeien en varkens, waardoor ze minder voer verbruikten, droeg bij aan de daling.
De uitstoot van CO2 door de land- en tuinbouw is met 22% afgenomen tussen 1990 en 2024. Wel steeg de uitstoot in 2023 en 2024. In 2023 steeg de uitstoot met 8% ten opzichte van 2022. In 2024 steeg de uitstoot met 5%. In 2022 was de uitstoot juist gedaald met 29% door een lager gasverbruik in de glastuinbouw. Deze sterke daling kwam door de hoge gasprijzen.