LTO: 'Nieuwe mestnormen zijn onwerkbaar voor veehouders die een lage mestproductie hebben'

De nieuwe mestnormen die het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) voorstelt, zijn onwerkbaar voor veehouders die een lagere mestproductie hebben dan de nieuwe norm voorschrijft. Dat stelt Claude van Dongen, LTO-bestuurder met portefeuille Bodem en Waterkwaliteit.
Vorige maand kwam het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met een voorstel voor nieuwe excretieforfaits vanaf 2020. In het voorstel worden zowel wijzigingen voor de bestaande normen gedaan, als wel voor de diercategorie├źn. De Commissie voor Deskundigen Meststoffenwet (CDM) heeft het voorstel uitgedokterd voor het ministerie uitgewerkt.

Nieuwe normen sluiten niet aan
De veehouderijvakgroepen van LTO stellen dat de nieuwe voorgestelde mestnormen niet aansluiten bij de praktijk. De diversiteit binnen sectoren is daarvoor te groot. Voor veehouders met een bovengemiddelde mestproductie is het van belang dat de milieudoelen in de omgeving niet onder druk komen te staan. Maar de veehouders met een werkelijke, lagere mestproductie dan het forfait voorschrijft vrezen de gevolgen. Zij moeten aan het einde van het jaar een sluitende mestboekhouding opleveren en dat is niet goed mogelijk als de berekende mestproductie niet met de werkelijke overeen komt

Werkbare norm
"De CDM zou niet meer op zoek moeten gaan naar het gemiddelde forfait, maar naar een manier hoe er beter zicht is te krijgen op de werkelijke mestproductie", stelt Van Dongen. "Met het ministerie is afgesproken dat de mestketen zich gaat certificeren. Transparantie over de werkelijke mestproductie en de toepassing van deze mest is het uitgangspunt. Dit staat dus haaks op de rekenwijze van het CDM en de voorgestelde nieuwe excretieforfaits."

Correctiefactor
"Wil de overheid veehouders toch afrekenen op een vast getal, dan zal de spreiding tussen bedrijven vertaald moeten worden naar een correctiefactor op het gemiddelde", stelt Van Dongen. "Dit is nodig om te weten of de forfaitaire mestproductie ook zeker geproduceerd wordt. Daarom hebben we in de LTO-visie op de Herbezinning van het mestbeleid beide routes opgenomen: generiek waar het moet en specifiek waar het kan. Het zou veehouders recht doen als ook het ministerie niet alleen blijft denken in generiek beleid."
Bron: LTO Nederland, 12/08/2019
Publicatie: 13-08-2019