Mestopslag van stoppend Vlaams varkensbedrijf mag soms intact blijven

Diverse Vlaamse varkensbedrijven die in de afgelopen jaren door de overheid vrijwillig werden uitgekocht, om de ammoniakemissie in Vlaanderen te reduceren, behielden een vergunning voor de mestkelder onder de afgebroken stallen. Of een veehouder de mestopslag nog mag gebruiken voor opslag, bijvoorbeeld voor mest van andere bedrijven, hangt af van het type vergoeding dat is verleend. 

De Vlaamse overheid kent het onderscheid tussen een sloopvergoeding en een stopzettingsvergoeding. Varkenshouders die een stopzettingsvergoeding aanvragen, zijn niet verplicht om te slopen. Zij zijn alleen verplicht om de binneninrichting uit de stallen te halen, en de vergunning aan te passen.


Met de stopzettingsvergoeding worden alle directe en indirecte stalemissies door de desbetreffende dieren stopgezet, dus ook de mestproductie. Als geen dieren meer op het bedrijf aanwezig zijn en er geen vergunning is voor mestopslag, zal mestopslag op dat bedrijf dus ook niet meer kunnen. De opslag kan wel altijd nog gebruikt worden voor bijvoorbeeld water of effluenten."


Ook kunnen in de stopzettersregeling vergoedingen aangevraagd worden voor een gedeeltelijke stopzetting van de varkenstak op een bedrijf. Deze ondernemers kunnen, wanneer ze dat willen hun mestputten nog gebruiken voor mestopslag. Ook mogen zij de kelders gebruiken voor opslag van water of effluenten.


Naast de stopzettingsvergoeding kan de varkenshouder er ook voor kiezen om zijn stallen te slopen en daarvoor een vergoeding vragen. In dit geval moet de stal wel in zijn totaliteit te worden gesloopt met inbegrip van mestputten en funderingen.

Bron: VILT, 21/01/2026
Publicatie: 23-01-2026