Positieve lessen uit drie jaar werken met digestaat in de akkerbouw

Zes akkerbouwers in Groningen hebben over de afgelopen drie jaar binnen het project 'Kringloopmest op maat' ervaring opgedaan met digestaat. Het doel was om te onderzoeken hoe deze meststof is toe te passen in de praktijk, wat het betekent voor het gewas en de bodem en of het gebruik van kunstmest ermee te verminderen is. Binnen het project verzorgden Johannes van der Veen en Henk van Oosten de productie van de meststoffen. 

Thijs-Jan Hoving uit Nieuwe Pekela paste de dunne fractie van digestaat toe in de teelt zetmeelaardappelen, suikerbieten en zomergerst. Hij zag geen verschillen in groei of opbrengst ten opzichte van drijfmest met kunstmest. Gerald Maters uit Niekerk gebruikte digestaat in de pootgoedteelt. Hij begon met het toepassen van de dunne fractie in graan. Later volgde het gebruik van de fosfaatrijke dikke fractie in pootaardappelen. Ook hij zag weinig tot geen verschil in groei en opbrengst.


De projectdeelnemers hadden gehoopt op een vrijstelling voor ammoniumsulfaat als kunstmestvervanger, maar deze bleef nog uit. Daardoor kon er minder op de inzet van kunstmest worden bespaard dan vooraf was gehoopt. De ervaringen tonen echter wat digestaat kan betekenen in de bemesting voor verschillende gewassen. Telers kunnen ermee werken en gewassen reageren er goed op. Met de recente ontwikkelingen rond Renure-meststoffen ontstaan er bovendien meer kansen voor het gebruik van mestverwerkingsproducten als kunstmestvervanger.

Bron: LTO Noord, 13/01/2026
Publicatie: 14-01-2026