Studie naar de waarde van organische reststromen

Organische reststromen kunnen een bijdrage leveren aan de weerbaarheid van een bodem. Onder gecontroleerde omstandigheden is dit goed te meten, in het open veld is dat lastiger. Dat blijkt uit een vierjarig onderzoek 'Sturen op bodemweerbaarheid door toediening van organische materialen' van Wageningen UR.
In het onderzoek zijn tien verschillende restproducten vergeleken op hun vermogen om ziektewering van een bodem tegen pathogenen te verhogen. De producten waren afkomstig van rest- en zijstromen uit de consumentenwereld (compost), de voedingsmiddelenindustrie (keratine uit kippenveren en varkenshaar), veehouderij (varkensmestkorrels), agrarische industrie (ontvette zaden), natuurterreinen (gras- en slootmaaisel) en champignonteelt (doorgroeide, gecomposteerde mest). De producten varieerden in het organischestofgehalte en nutriëntensamenstelling, C/N-ratio (3 tot 27) en afbraaksnelheid (3 tot 50 mmol O2/kg organische stof per uur).

Onderzoek
Het effect van deze producten is eerst getest in twee verschillende zandgronden (dekzand Vredepeel en duinzand Lisse) in potproeven onder gecontroleerde omstandigheden, vervolgens in het open veld een jaar op een kleigrond (Oude Tonge) en twee jaar op een zandgrond (Vredepeel). Om te testen of ziektewering was ontstaan, werd enkele weken na toediening getest hoeveel schade er optrad in een vatbaar gewas na toevoeging van een ziekteverwekker.

Resultaten
In de potproeven werd aangetoond dat meerdere producten de ziektewering van zandgrond tegen de schimmel Rhizoctonia solani in suikerbiet en het aaltje Meloidogyne hapla in sla konden stimuleren. Er werd geen ziektewering aangetoond tegen de schimmel Pythium intermedium in hyacint.

In het veld werden de organische producten onder praktijkomstandigheden in de teelt van suikerbiet getoetst in een kleigrond. Geen van de behandelingen liet op kleigrond ziektewering tegen R. solani in suikerbiet zien. Een nieuwe biotoets met Pythium ultimum in tuinkers gaf wel verschillen in ziektewering.

In aardappel en suikerbiet op zandgrond zijn de producten volgens de geldende bemestingsregels toegediend, waarbij stikstof (N), fosfaat (P) en kalium (K) met kunstmest zijn bijbemest volgens de bemestingsadviezen. Het bleek dat de opbrengsten van de gewassen over het algemeen vergelijkbaar waren met de kunstmestcontrole.

Om te bepalen of de ziektewering van de grond was verbeterd door toediening van de restproducten, werden drie plantpathogenen toegevoegd en werd de aantasting in een toetsgewas in de kas bepaald. Het bleek dat de toegevoegde producten slechts een geringe invloed op de ziektewerende eigenschappen van de bodem in het veld hadden.

Conclusie
De geteste organische reststromen kunnen prima als meststof worden toegepast, waardoor minder kunstmest gebruikt hoeft te worden. De gewasgroei en de opbrengsten waren in het algemeen vergelijkbaar met de kunstmestcontrole. In enkele gevallen waren er zelfs positieve effecten, zoals een hogere opbrengst en minder schurftaantasting in aardappelen. Onder gecontroleerde omstandigheden in kasproeven stimuleerden verschillende organische reststromen de ziektewering van de bodem, maar in de veldproeven was dit effect veel geringer.

Enkele producten stimuleerden de ziektewering in het veld tegen Pythium in de tuinkers biotoets. Deze biotoets zegt wat over de algemene ziektewering doordat Pythium gevoelig is voor concurrentie om ruimte en voedsel.

Een presentatie is bijgevoegd en het rapport is hier te downloaden.
Studie naar de waarde van organische reststromen
Bron: Eurofins en Wageningen UR
Publicatie: 18-12-2020